Briefwisseling:

Koninklijke Model Yacht Club Antwerpen v.z.w.

Ir. Haesaertslaan, 76

B-2610 Wilrijk

 

In te zetten Metalen  bij Modelbouw

1/ IJzer: Heeft weinig toepassingen en wordt enkel gebruikt als kern in elektromagneten daar het geen restmagnetisme heeft. Hierdoor blijft het anker niet kleven. Draden in gewapend glas zijn eveneens van zuiver ijzer. Voor ons zo goed als nooit inzetbaar.

2/ Staal. Staal is ijzer waar verschillende andere elementen zijn aantoegevoegd. Voor ons is koolstof het meest voorkomend element. Koolstof zorgt ervoor dat staal sterker wordt en men het  kan harden.
2.1 S235JR (St 37-2) Dit is een zeer algemeen bouwstaal. Het heeft een lage trekspanning
      van   350 à 450 N/mm² ( 35 à 45 kg/mm²) en het materiaal is door thermische
      behandeling niet te verbeteren daar de koolstof gehalte kleiner is dan 0,17%. Kan
      moeilijkheden veroorzaken bij verspanen daar het ( in sommige landen) veel
      onreinheden mag bevatten. Bij ons wordt meestal plaatstaal in deze uitvoering
      gebruikt. Men kan warm gewalste plaat bekomen, die is dan voorzien van een   
      oxidehuid ofwel koudgewalste plaat die dan mooi blank is.
2.2 Automatenstaal ( decolteerstaal)
9SMn28, 11SMn30 en 11SMnPb30 . Deze materialen met eenzelfde treksterkte als St37 laten zich veel beter verspanen en bieden een mooi oppervlak na bewerken. Kan niet veredeld worden door thermische behandeling.
2.3 Veredeld staal, ongelegeerd.
C22 en C45; Gezien wij zelden of nooit te maken hebben met dik materiaal is het niet nodig dat we meer gelegeerde materialen ( met mangaan, chroom, silicium, molybdeen, etc)  gebruiken. Vooral C45 ( 540N/mm² of 54 kg/mm²) is voor ons een interessant materiaal gezien het vlot verkrijgbaar is en door thermische behandeling kan men een treksterkte van  750N/mm² ( 75 kg/mm²) bekomen. Het is ook een veel zuiverder materiaal dan St 37. Is een ideaal materiaal voor assen, krukassen, tandwieltjes, etc.
C45 kan men ook in veredelde toestand ( 750N/mm²) kopen maar dit is behoorlijk moeilijk om  te verspanen ( kromtrekken) ( zeker bij frezen) en dus beter niet aanschaffen.
Ck45 is getrokken(k) materiaal (koudvervormd!)  en heeft dus inwendige spanningen. Het materiaal kan dus kromtrekken bij  verspanen.
2.4 Inzetstaal (  carboneren)
C10 en C15  ( Ck10 en Ck15 wat ook overeen komt  met het Engelse B.M.S.).Kleine onderdelen die aan buiging onderworpen zijn of aan oppervlaktebelasting zoals nokken, en tevens  niet te dun zijn  ( minimum 4mm) kan men  uit een staalsoort maken die gedurende het thermisch proces dat men uitvoert in een koolstof atmosfeer gebracht worden. Hierdoor dringt de koolstof in de huid van het materiaal ( ongeveer 0,1mm per uur). Nadien kan men het in water afschrikken en hierdoor zal enkel de buitenste laag zeer hard zijn en de kern, waar geen koolstof doorgedrongen is, blijft zacht. Hiervoor maakt men een klein zakje uit dunnen ijzerplaat ( 0,10mm dik) ( bierblikjes van Hoegaerden!) waarin het werkstuk komt. In dit zakje voegt men koolstofpoeder toe ( is in de modelhandel  in UK te koop) en men sluit  het zakje door ombuigen.
Het hoeft niet luchtdicht verpakt te zijn.  Nu het geheel één uur op 820°C  en dan snel het zakje met een schaar opensnijden en het gloeiend werkstuk direct in koud water laten vallen. Met een vijl nagaan of de buitenste laag hard staat. Dit is vooral interessant voor drijfstangpennen in de wielen van grotere locs of onderdelen die te snel verslijten. Gezien de kern een laag koolstof percentage heeft is hij niet gehard en  zijn deze onderdelen behoorlijk taai en dus slagvast.
Door ontlaten kan men de hardheid iets naar beneden brengen ( één uur op 200°C) waardoor het taaier wordt.
Door in een gesloten zakje te harden is er weinig of geen oxidatie van het werkstuk en
kan men het vooraf op eindmaat maken. Zakje zo goed mogelijk op het werkstuk doen aansluiten zodat er binnenin een minimum aan lucht (zuurstof!) aanwezig is.

 2.5  Stubstaal C110W2(k) of ongelegeerd gereedschapsstaal
         Door het hoge koolstofgehalte ( meer dan 1%) kan men dit materiaal behoorlijk hard
         maken door het op te warmen tot 850°C en dan af te schrikken in water. Hiervan kan
         men beiteltjes maken of ponsen en ponsmatrijzen. Indien het te hard staat zal het
         gemakkelijk afbrokkelen. Dit kan men vermijden door, na het afschrikken in water, het
         materiaal  één uur op 200°C te verwarmen ( ontlaten) en dan langzaam te laten afkoelen
         aan de lucht.  Wordt altijd dwarsdoor gehard en dus niet taai of slagvast.

2.6 Zilverstaal  115 CrV3   laag gelegeerd gereedschapsstaal
Dit materiaal heeft hetzelfde inzetbereik zoals Stubstaal maar kan veel harder gemaakt worden door het gepaste hardingsproces. Het is echter ook zonder harden in te zetten voor alle zwaarbelaste pennen gezien het in ongeharde  toestand reeds een behoorlijke treksterkte heeft. Harden op 825°C  en afschrikken in  water.
 
2.7 Boutenstaal. 8.8, 10.9 en 12.9 materiaal;
Serieuze bouten zoals gebruikt in auto’s en machines zijn meestal  in drie sterkteklassen terug te vinden nml. 8.8,  10.9 en 12.9. De treksterkte van dit materiaal is voor:
8.8 : 600N/mm²  voor 10.9: 1040 N/mm² en voor 12.9: 1220N/mm².    Indien u deze bouten kunt op te kop tikken in een autoslopersbedrijf hebt u zeer goed materiaal in handen voor een lage prijs. Het is ideaal voor allerlei kleine pennen en asjes en we hoeven ons geen zorgen te maken hoe wij het gaan harden. Cilinderkopbouten zijn meestal klasse  10.9 en soms behoorlijk lang. Ze hebben als diameter M9, M10, M11 of M12. Ze worden in merkgarages na demontage, altijd vervangen door nieuwe. Op en in een moderne automotor zitten makkelijk  250 bouten!

2.8 Verenstaaldraad Type C
Verendraad of veren kan men het best maken uit vooraf thermisch behandeld  verenstaal type C. Dit is ook het meest voorkomend. Voor onze toepassingen
      ligt de trekspanning dan tussen 2500 N/.mm² voor 0,5mm tot 2000 N/mm² voor 2,5mm
      draaddikte.

2.9 Bladverenstaal 54SiCr6
Al geef ik hier een materiaalsoort toch is het niet wenselijk onze bladveren uit dit materiaal te maken. Ze zullen veel te hard staan. Veren kan men  op schaal maken maar in verenstaal uitgevoerd zijn ze dan veel te hard. Het  liefst gebruikt men hiervoor fosforbrons bladveren materiaal wat ook in kleine hoeveelheden( als te versnijden plaat) makkelijker verkrijgbaar is.
                 
2.10 Grijs Gietijzer  GG 20  of GG25 ( nieuwe benaming is EN-GJL-200 en EN-GJL250)
Dit is het klassieke grijsgietijzer dat men ook in continu gegoten cilinders of blokken kan kopen. Dit levert de beste kwaliteit op. Weinig fouten en een minimum aan harde huid. Wij gebruiken het voor wielen, lagerbussen, cilinderblokken, schuiven, etc. Dit materiaal heeft enkele belangrijke eigenschappen: het roest niet snel door zoals bij staal het geval is en het heeft een zeer lage wrijvingscoëfficiënt met staal als tegenmateriaal. Het verspaant gemakkelijk doch levert zeer veel zwart stof af. Grijs gietijzer op brons laten lopen is geen goede combinatie. Nadeel van dit materiaal is zijn lage treksterkte van rond de 200 of 250 N/mm² ( 20 à 25 kg/mm²) en het is door ons  zo goed als niet te lassen of te hardsolderen. Dit komt omdat het koolstofgehalte zeer hoog is.

2.11  Nodulair gietijzer GGG40 (nieuwe benaming  EN-GJS400-15)
Hier is de koolstof aanwezig in de vorm van kleine kogeltjes (kogelgrafiet).De treksterkte ligt hierdoor boven de 400N/mm² ( 40 kg/mm²). Dit is al even sterk als St37.
         Het is behoorlijk taai maar verspaant met evenveel zwart stof! Men kan het ook kopen
         in continu gegoten uitvoering zodat er geen fouten binnenin zitten.
        Het is ook behoorlijk sleetvaster dan GG 20 of 25 en dus best geschikt voor
     wielen indien  men deze uit vol materiaal gaat aanmaken of voor loopbanden voor het
     herstellen van ouden wielen waarvoor men continu gegoten buis materiaal kan inzetten.
Wij kunnen het evenmin lassen of hardsolderen.

3/ Brons ( Bronze in het Engels)

          Er bestaan honderden soorten bronslegeringen maar wij kunnen, voor onze
       toepassingen,  ons beperken tot enkele en met name de fosforbronzen.
       Wij kunnen kiezen uit CuSn6, CuSn8 en RG12.
       Wij maken gebruik van fosforbrons omdat dit zich gemakkelijk laat hardsolderen en ook
       verspanen. Voor alle aansluitingen op de ketel MOET men fosforbrons gebruiken daar
       dit een laag zinkgehalte heeft ( minder dan  0,5%). Het zink gaat immers oplossen in
       het water van de ketel en hierdoor wordt het onderdeel poreus met alle gevolgen van
       dien (afbreken, lekken, etc).
        RG 12 is een fosforbrons met nikkel en daardoor ook zeer geschikt voor lagers.
        CuSn6 is ook leverbaar in koud gewalste plaat ( dikte 0,1 tot 3 mm) waaruit men best
        bladveren kan maken. Door het koudwalsen staat het behoorlijk hard. Na uitgloeien kan
       men het nadien niet meer gaan harden door af te schrikken, het gaat enkel door
       koudvervormen.
       Door toevoegen van aluminium kan men heel harde brons verkrijgen (
       aluminiumbronzen). Het heeft als nadeel dat men het niet meer kan hardsolderen en het
       is zeer moeilijk om er kleine schroefdraad ( M1,6 bis M2,5) in te tappen.
       In Engeland ziet men ook veel de vermelding “gunmetal”. Dit wordt  meestal gebruikt
       voor gegoten bronzen onderdelen. Het Engelse gunmetal is 83% koper, 14% tin en 3 %      
        zink!! Om het direct op de ketel te solderen is het zink gehalte  veel te hoog.
      Kleine gegoten onderdelen, brons of gietijzer, hebben dikwijls harde plekken met alle
      gevolgen van dien bij het verspanen.
        
4/ Messing  
       
    4.1  MS58  (nieuwe benaming CuZn39Pb3)

            Er bestaan ook veel messingsoorten maar MS58 is zeer goed bij het verspanen en
      daarom aangewezen bij onze toepassingen. Het mag echter NOOIT op de koperen ketel
       hardgesoldeerd worden. Het zink lost snel op in het ketelwater en hierdoor wordt  
       messing poreus, gaat scheuren of lekken met alle gevolgen van dien. Messing is ook een
       materiaal dat verouderd en na een zekere tijd kan het bros worden of scheurvorming kan
       optreden.
         Het wordt meestal geleverd in continu gegoten of geextrudeerde profielen en als koud
       gewalste plaat.

4.2 MS63  ( nieuwe benaming CuZn37)
            Deze messingsoort is in halfhard plaatmateriaal te verkrijgen. Dit is gemakkelijk om      
        het te verwerken vooral bij plooien of snijden.
        Niet gebruiken voor vol materiaal daar het moeilijker verspaant.


5/ Aluminium
    Ook hier bestaan zoveel soorten dat men door de bomen het bos niet meer ziet. Wij
    gebruiken het liefst de hardere soorten daar zuiver aluminium veel te zacht is en daarom
    ook moeilijk te verspanen.
    Een goede keuze is aluminium te gebruiken met een treksterkte die ligt tussen 280 N/mm²
    tot maximaal 400N/mm² (28 tot 40 kg/mm²). ( oude benaming  F28 tot F 40)
    Soorten met een lagere treksterkte verspanen weer moeilijker daar ze te zacht zijn en aan
    de beitel blijven plakken bij droog verspanen.
    Soorten met een hogere treksterkte worden dan weer te bros en breken gemakkelijker.
    Ik zelf gebruik meestal AlCuMg1 ( vroegere benaming F40).   Ook AlCuMgPb is
    uitstekend om te verspanen en heeft een treksterkte van 340N/mm² ( 34kg/mm²).

6/ Roestvaststaal
    Ook hier weer een enorme keuze van materialen.
    Eigenlijk is alles inzetbaar voor ons men dien verstande dat indien men er gaat aan lassen   
    of de temperatuur boven de 750°C brengt, het meestal zo is dat het materiaal zijn roestvast  
    eigenschappen verliest. Dit kan men terug in orde brengen door een thermische
    behandeling wat buiten ons bereik valt.  Een roestvaststaal dat wel, na verhitting, zijn
    eigenschappen blijft behouden is het materiaal type AISI 316L (= DIN werkstof n°
    1.4404). ( Vooral de L speelt hier een belangrijke rol.) Het is dan ook het enige  
    roestvaststaal dat aanvaard wordt bij het  maken van roestvaststalen stoomketels. Men kan
    het uiteraard ook inzetten voor oververhitterbuizen.
       Een andere eigenschap van roestvaststaal is zijn neiging tot vastlopen. Nieuwe blinkende  
    zuigerstangen zien er na wat lopen al snel dof uit alsook groefvorming en beschadigen dus
    langzaam de dichting. Het roestvaststaal AISI 420  ( =DIN werkstof n° 1.4021) is hiervoor
    een goede oplossing. Men kan natuurlijk ook stalen ( C45) zuigerstangen, na polijsten,   
    laten hardchromeren wat zelfs een betere oplossing is.
       Indien er veel aan verspaand wordt kan men ook een automaten kwaliteit nemen
    zoals AISI 303 (magnetisch)(= DIN werkstof n° 1.4305) of AISI 430F (niet magnetisch)
    (= DIN werkstof n° 1.4104).  Dit is echter niet echt roestvast bij water en stoom!
        Indien u roestvaststaal in contact brengt met ijzer of staal zal het op deze plaatsen gaan
    roesten. Daarom altijd separaat gehouden vijlen, boren en zagen  inzetten bij roestvaststaal.
       Roestvaststaal kan snel verharden door koudvervorming vb door een stevige puntslag te
    geven waar men wilt boren. Onder de punt ontstaat  een harde kern en men slaagt er niet
    meer in deze door te boren vooral bij kleine gaatjes. Verspaant het niet hoger dan de halve
    snelheid waarmede u staal bewerkt. Gebruikt altijd een koelmiddel.

7/ Koper

       Dit materiaal wordt hoofdzakelijk ingezet voor leidingen en ketelbouw. Wat ketelbouw
     betreft gebruikt altijd nieuwe plaat en bestelt zuurstofvrij koper ( type OFHC of soms ook
     aangeduid met SF-Cu  volgens DIN werkstof n° 2.0090). Dit materiaal laat zich
     uitstekend hardsolderen en koudvervormen. Gezien koperen buis met behulp van een  
     extrusieproces  gemaakt wordt, is ze altijd gemaakt van zuurstofvrij koper.

8/ Nog vragen? Contacteer ondergetekende die u graag zal helpen.



L. Hoorelbeke
12/05/2010